Inleiding II
Boris zie ik in het steegje achter het huis vol gas met zijn slee naar beneden komen. Net voor de straat draait hij hard aan het stuur en komt met een grote faceplant tot stilstand. Hij blijft liggen met zijn gezicht in de sneeuw.
Oei, dat is niet goed.
Ik trek snel een broek aan om naar beneden te gaan om te helpen en net op dat moment draait hij zich op zijn rug. Grote grijns. Hij springt op en loopt weer naar boven alsof dit onderdeel van het plan was.
Voorzichtig zakken de eieren in de pan. De espressomachine staat op te warmen. Radio 4 op de achtergrond.
“Ontbijt is klaar! Boris en Michelle, komen jullie ontbijten?”
Boris komt binnen als een witte weerwolf. Hij schudt zich uit als een hond; de sneeuw vliegt alle kanten op.
“Het is heerlijk!” roept hij.
Als gloeiwormpjes zitten ze aan tafel en binnen no-time zijn de bosbessenpannenkoeken weg.
“Weet je dat wij uit molecules bestaan, papa?”
Ik zeg: “Pardon?”
En tegelijkertijd gaat de telefoon.
Misschien leuk!?