×
Skip to Content

Het verhaal!

Een lang verhaal!

Puntjes op de i

'Waar gaan we heen'. Dat plaatje aan de rechterkant heeft al een aantal keer op de website gestaan. Het is de cover van het boek 'Waar gaan we heen', een boek over een reis die ik een aantal jaren geleden voor Wolfgang maakte.

En dit is de achterflap:

Drie weken. 4500 km. Beren. Een bijna-hartaanval. Een gestolen vest. Willem gidst dertien Nederlanders door de Rockies van British Columbia. Ruzies. Rouw. Vermoeidheid. Once-in-a-lifetime momenten. “Waar gaan we heen?” begint als ijsbreker en eindigt als crisis. Humor. Rauw. Ontroerend. Geen reisgids, maar een roman over loslaten, verantwoordelijkheid en langzaam jezelf kwijtraken. Ex-reisleider. Nu tuinier. Nooit meer bussen… Sommige bussen blijven rijden.

Inleiding I

We worden net wakker en strekken ons nog een keer uit; er is veel meer licht dan anders in onze kamer. Het is niet dat licht in de wintermaanden in overdaad aanwezig is in Nelson. Sterker nog: de zon staat zo laag dat hij nauwelijks over de bergen komt. Op de kortste dagen is de zon van tien uur ’s ochtends tot twee uur ’s middags te zien, dit nog los van de laaghangende bewolking die het lokale vliegveld zijn bijnaam heeft gegeven: Cancelgar.

Maar zouden we gisteravond het licht vergeten uit te doen? Of heeft iemand het zojuist aangedaan? Of dromen we?

Nee. Dromen is het niet, Michelle staat namelijk al naast ons bed.
“Het heeft gesneeuwd!” roept ze.
En weg is ze.

Even later horen we met een harde klap de achterdeur dichtvallen.

Het is stil in huis, zó stil dat het niet anders kan dan dat er heel wat sneeuw gevallen is. Ik trek de gordijnen open en zie dat het nog steeds sneeuwt. Het pak sneeuw op het dak van de veranda nadert de onderkant van het kozijn op de eerste verdieping.

Dit is precies wat we hoopten toen we op het punt stonden om te verhuizen: ladingen sneeuw waar je alleen maar van kunt dromen. Polar Express-sneeuw.

Inleiding II

Boris zie ik in het steegje achter het huis vol gas met zijn slee naar beneden komen. Net voor de straat draait hij hard aan het stuur en komt met een grote faceplant tot stilstand. Hij blijft liggen met zijn gezicht in de sneeuw.

Oei, dat is niet goed.

Ik trek snel een broek aan om naar beneden te gaan om te helpen en net op dat moment draait hij zich op zijn rug. Grote grijns. Hij springt op en loopt weer naar boven alsof dit onderdeel van het plan was.

Voorzichtig zakken de eieren in de pan. De espressomachine staat op te warmen. Radio 4 op de achtergrond.

“Ontbijt is klaar! Boris en Michelle, komen jullie ontbijten?”

Boris komt binnen als een witte weerwolf. Hij schudt zich uit als een hond; de sneeuw vliegt alle kanten op.
“Het is heerlijk!” roept hij.

Als gloeiwormpjes zitten ze aan tafel en binnen no-time zijn de bosbessenpannenkoeken weg.

“Weet je dat wij uit molecules bestaan, papa?”
Ik zeg: “Pardon?”
En tegelijkertijd gaat de telefoon.

Inleiding III

Dat kan haast niet anders dan iemand uit Nederland zijn: iemand die zo vroeg belt, is er één die zich verkeken heeft op het tijdsverschil met Canada. Ik kijk op het display. Nr. blocked. Tweede aanwijzing.

Ik neem op.

Een man met een overduidelijk Duits accent begint te praten en ik denk heel even: dit is zo’n meneer die je eindeloos blijft uitleggen dat je toch echt een creditcard bij hem moet aanvragen. Maar nee.

Hij heeft via via begrepen dat ik Nederlands spreek. Op zich niet zo raar, maar wel als je bedenkt dat je nog niet zo heel lang in een klein Canadees gehucht woont. En dat je nog niet zo veel mensen kent.

Hij wil weten hoe goed mijn Nederlands is. “Ja, natürlich,” zeg ik. “Ik spreek Nederlands.”

Hij lacht. Ik hoor papier schuiven, alsof hij ergens een lijstje afvinkt. Dan komt de echte vraag.

Of ik wel eens een leider ben geweest. Een tourleider annex chauffeur annex kok.

Ik kijk naar mijn aanrecht: eieren, pan, espresso, twee kinderen met stroopwangen. “Nou,” zeg ik, “ik kan koken. Ik kan rijden. Leidinggeven kan ik ook.” Het klinkt alsof ik mezelf overtuig.

De man Wolfgang wil dus weten of ik deze zomer voor hem kan werken. Het is nog niet echt de tijd van het jaar om aan de zomer te denken.

Ik eindig het gesprek met: “Wolfgang, ik bel je begin volgende week terug.” Eerst maar eens sneeuw ruimen.

En even later vliegen we met z’n vieren op de slee het pad af.

Ja. De zomer is vast eerder dan ik nu denk.

Willekeurige Postings

Misschien leuk!?

25 maart

25 Mrt ’26

Nieuwe baan!

15 Mrt ’26

Landlords

15 Mrt ’26
Video

Willem....sssst

6 Mrt ’26

Zeven dagen later wist ik het zeker

1 Mrt ’26

Hoeveel vetsmelters?

20 Feb ’26
Video

Queer surroundings

6 Feb ’26

Wachten

24 Jan ’26